Twee dagen Jurassic Park. (Nose Mangabe)
Door: Fred
Blijf op de hoogte en volg Fred
07 December 2025 | Madagascar, Antananarivo
Lemuren, Gecko’s en kikkers
De volgende ochtend om 7 uur lopen K. en ik over de zandweg langs het strand tot we bij het eind komen. Hij heeft al twee grote zakken hier naartoe gebracht achter op zijn fiets. Op dit punt stroomt de rivier in zee. Het water is heel rustig maar ook vol met ondieptes. Dan zien we in de verte de piroque aankomen met daarin ook de wildlife-guide. De boot is vertrokken vanaf de rivierhaven tegenover het grote Mangabe hotel.
Als ze op honderd meter genaderd zijn moeten ze terugkeren om een andere route te zoeken omdat ze niet over deze zandbank kunnen heenkomen. Via een omweg komen ze toch zo dichtbij de oever dat ik in kan stappen. Dan varen we stapvoets tussen de zandbanken door tot we op zee zijn. De piroque is gemaakt van polyester. Zo te zien hebben ze een originele houten piroque als mal gebruikt. Hij is niet afgewerkt en niet geschilderd. Hij voelt slap aan en trilt als ie golven raakt. Hij was goedkoper dan de snelle toeristen-speedboot.
Het is nog geen uur varen om bij het eiland te komen.
Gigantische bomen en planten groeien op grote rotsen van zwarte basalt.Het lijkt wel alsof het door handen van reuzen uit zachte klei gevormd is. Ik moet aan de Jurassic Park film denken.
We varen een kilometer langs de rotsen en dan komen we bij het enige strandje en de enige plek waar je ook aan land kan gaan. Het is oranje kiezel zand met ronde korrels waar je diep in weg zakt. We klimmen tegen de oever via een dicht netwerk van boomwortels. Dan is daar een bezoekerscentrum met een gebouwtje waar ook het beheerders-echtpaar woont. De mannen brengen onze voorraden naar een keuken waar drie houtskoolpotten zijn ingebouwd in een stenen aanrecht. Er staan een paar grote tafels en voorraadschappen. Buiten, dichterbij het “strandje” zijn twee afdaken gebouwd met ieder vier lange tafels met banken. Er is een toilet - en een douche gebouwtje bereikbaar via een paadje van grote stenen en keien. Zonder schoenen kan ik daar niet lopen. Via een voetpaadje wordt ik naar mijn accommodatie geleid. Het is een afdak met daaronder een bak gevuld met schoon en aangeharkt kiezelzand. Daar kun je een tent opzetten of -in mijn geval- een muskietennet ophangen. De gids komt drie matrasjes brengen want ik had gezegd dat ik niet kan slapen op een zo’n matrasje. De mannen slapen in het huis op de cementvloer. Dat is wel lekker koel, maar je moet er mee opgegroeid zijn.
Na een uurtje rust ga ik met de gids een route lopen. Het is maar twee kilometer,maar het gaat stijl omhoog en stijl naar beneden. De gids is 42 jaar oud en de meest ervaren gids van de National Park service. Hij spreekt ook goed engels.Eerst zien we een hele kleine “leafgecko”.Het volwassen diertje is 3.5 cm lang en hij laat zich gewillig oppakken en op mijn hand fotograferen.
Dan hoor ik een gebrul alsof er een troep Bavianen in gevecht is met een andere troep Bavianen. Nee, het zijn maar twee lemuren die dit enorme geluid voortbrengen. Uiteindelijk zie ik ze. Het zijn vrij grote zwarte dieren met witte kragen om hun armen en poten. Ze zien er heel macho uit en zo klinken ze ook. Ze zijn onophoudelijk bezig om hun geursporen op de takken te smeren door met hun achterdelen over een tak te wrijven. Het gebrul is dus ook territoriaal gedrag.
Alle lemuren zijn vooral vruchteneters. Door het seizoen heen zijn er steeds weer andere bomen waarvan de vruchten rijp zijn. Volgens de gids zijn er een aantal soorten vruchtbomen waarvan de zaden niet ontspruiten als ze niet eerst door het spijsverteringskanaal van een lemuur gegaan zijn.
We komen bij een hele grote rots met een soort van shelter eronder. Er staan een stuk of tien grafkisten. Het zijn kleine stenen boxen met stenen deksels erop. Er zitten alleen botten in, zegt de gids. Dit is de laatste rustplaats, na de Famadihana en na de tweede begrafenis.
Het is ook het hoogste punt van deze track. We dalen voorzichtig weer af totdat we terug bij het kamp zijn. Ik kan nog net op mijn voeten staan. Blij dat ik het zonder te vallen gehaald heb. Elke stap was een berekende gok. Dus ook mijn concentratie-vermogen stond twee uur lang in overdrive.
Ik rust uit en loop dan naar het toilethuisje. Het staat tussen 6 meter hoge bamboes. De deur hoef je hier niet dicht te doen, maar dan moet je ook je camera niet uitzetten. Terwijl ik op de troon zit komt er eenLemuur met twee babies op drie meter afstand in de bamboes zitten. Een baby heeft een wit koppie en het andere een bruin koppie.Een jongetje en een meisje. Ze hangen ieder aan een zijkant van hun moeder met hun armen over de rug van de moeder. Hun dunne lichaampjes en hun lange staart sluiten perfect aan op het lichaam van hun moeder.
Dan wordt mijn eten geserveerd. De mamma lemur volgt mij en ze gaat op de dakbalk zitten om te zien wat er op het menu staat. Steak met gebakken aardappeltjes en een tros Leeches. Ik pak de video en begin te filmen. Ze komt naar beneden en klimt op de tafel. Ik denk dat ze er met mijn tros leeches vandoor wil gaan dus die zet ik op de bank net buiten haar zicht. Ze is even verward. Waar zijn die leeches nu gebleven? Maar dan pakt ze de steak in haar bek en gaat er mee vandoor. Heh ….. roep ik verbaasd.You eat only fruit…….. ! Ze klimt snel in de boom naast het dak en er verschijnen twee jonge lemuren onder aan die boom. Het zijn twee jonge mannetjes, ik denk haar kinderen van vorig jaar. Ze wachten onder aan de boom. Af en toe valt er een klein stukje steak naar beneden. Dan valt er een groter stuk. Ik denk dat het de helft is van de steak. Het valt in het zand dus de kinderen moeten het eerst afvegen en ze snuffelen er vooral aan.
Intussen is de gids toegesneld en hij bestelt in de keuken een nieuwe steak. Ik vertel hem dat ik wel de leeches probeerde te beschermen maar niet de steak:“ I think they eat only fruit ?? “
“No, this is a female, they eat everything.”
Om zes uur gaat de zon onder en ik ga met de gids een nachtwandeling maken. Het is een vlakke route net achter het strandje. Na een paar meter zien we al een gecko aan een tak gekleefd. De onderkant van zijn lichaam is lichtblauw of lichtpaars en bijna transparant. Hij heeft zuignappen aan zijn vingers en tenen. De kop lijkt op de kop van een krokodil. De ogen zijn heel groot en steken boven de kop uit. De gele oogbollen hebben een verticale spleet als pupil,, ook net als een krokodil. Aan de rugzijde is ie gecamoufleerd met gekartelde vormen en een huidskleur die op de tak lijkt waarop hij zit. Ze kunnen ook hun huidkleur veranderen net als kameleons maar gecko’s zijn toch een andere soort. Zijn lichaam is 20 centimeter lang en de staart is ook zoiets. Wat een bijzonder dier !
Een paar meter verderop zit een roze kikker. Hij heeft een vrij stompe kop en een gedrongen lijfje.
Vijftig meter verder zit nog zo’n zelfde gecko. Nu kan ik iets betere foto’s maken.
En nog vijftig meter verder hangt een vleermuis op ooghoogte aan een tak. Hij heeft de kleur en de oren en de neus en de ogen van een hollands varkentje. Alleen de neus is meer stomp. Zo’n soort vleermuis heb ik nog nooit gezien.
Dan zien we twee keer een mouse-lemuur. Het is de op een na kleinste soort lemuur. De eerste zit te ver weg maar bij de tweede kunnen we dichterbij komen. Hij kijkt net in onze richting. Hij lijkt meer op een soort goudhamster met aan de buikzijde nog iets lichter van kleur, bijna wit.
Dan komen we aan het eind van dit pad. We lopen via het strandje terug. Het strandje is maar 900 meter lang. De rest van het eiland is ontoegankelijk door hele steile rotsen en dichte jungle.
Terug bij het kampje ga ik mijn muskietennet ophangen onder het afdak en mijn matrasjes op de grond uitspreiden. Het muskietennet is zo groot dat het ook de grond kan bedekken.
Met het geluid van de golfjes op het strand op nog geen tien meter van mijn bed val ik heel snel in slaap.
Boottocht rond het eiland
Ik heb goed geslapen onder mijn tentje van het muskietennet. Meer heb je hier niet nodig: een afdakje tegen regen en een muskietennet. Ik ben heel vroeg wakker en ik luister naar de geluiden van de natuur. Dan rol ik mijn “tent” op.
Ik loop met mijn spullen naar de picknick tafels.
“Are you ready for breakfast” vraagt de gids ? Koffie in een kleine thermos, twee broodjes en een gevulde omelet. De tweede waterfles. Na het ontbijt vraag ik of we vanmiddag ook een rondje om het eiland kunnen varen voordat we terug gaan. De gids gaat bellen. Het zal erg heet worden in de namiddag dus het is beter als we eerst gaan. De boot zal straks al komen en ik moet alleen iets bijbetalen voor de extra benzine. Ik ga intussen snorkelen bij het eind van het strandje. Er zijn hele grote koraalformaties maar het water is troebel en ik zie bijna geen vissen. Dit is te dicht bij de grote rivier van het vaste land, maar wel hoopgevend dat de koralen zo groot zijn.
Een uur later komt de boot aanvaren met drie mensen aan boord. De eigenaar en zijn vriendin zijn ook meegekomen. Zij stappen uit.
De gids en ik en de manager en ook de beheerder van het park stappen aan boord. De beheerder heeft een vislijn bij zich. We varen in zuidelijke richting langs het eiland. Enorme basalt rotsen en ondoordringbaar oerwoud torenen honderden meters boven ons uit.
In de verte zien we veel beroering in het water. Bonito’s jagen op een school kleine visjes. De beheerder zet meteen zijn vislijn uit en heeft ook meteen beet. We moeten met de boot achteruit varen om de Bonito te volgen want hij trekt harder dan je met de vislijn alleen kan tegenhouden. Het gevecht duurt tien minuten en dan breekt de Bonito vrij van de haak. Het was ook maar een heel klein kustvisje met een hele kleine haak.
We varen rond de zuidpunt van het eiland en dan via de oostkust naar het noorden.
Rondom zie ik grote koraalformaties in het water. Het water is hier helderder dan aan de andere kant maar nog niet echt geweldig. We maken nog een stop bij een strandje van vijf meter waar we net in het water kunnen uitstappen. Er is een enorme boom die een dichte schaduw geeft maar ik ga eerst nog een keer snorkelen. Ik hou mijn kleren aan en mijn hoed op.
Ook hier valt het snorkelen nog tegen en we varen verder. We passeren een reiger-kolonie. Honderden witte reigers nestelen in de bomen hoog boven ons uit.
Dan varen we rond de noordpunt van het eiland.
We gaan nog een keer aan land bij een groot rotsblok waarin allerlei namen gekerfd zijn. Het wordt Beach Hollandais genoemd. De namen zijn van Hollanders die hier precies 400 jaar geleden geland zijn. In 1626 zegt de inscriptie. Grote ingekerfde hoofdletters uit die tijd. Even kijken of ik de namen herken, maar nee, het is teveel begroeid.
We stappen weer in en dan varen we terug naar het kampje.
Dan opeens heeft de beheerder toch nog een vis gevangen. Het is een makreel van veertig centimeter.
We zijn weer terug bij ons kampje. De manager gaat mijn lunch klaarmaken. Twee grote moten makreel, gebakken in uitjes en met tomaat en witte rijst. Dat is nog eens verse vis. Heerlijk. Ik laat een kwart over zodat hij er zelf ook van kan genieten.
Na de lunch zien we nog een kameleon. Dangaan we met zijn allen terug in de boot en we varen in een uur tijd terug naar de rivierhaven.
We gaan in een restaurantje een fles CocaCola drinken en de manager blijft bij onze bagage terwijl ik met de gids in een TukTuk eerst naar de bank rij om geld op te nemen en dan terug om de het resterende bedrag aan de booteigenaar te betalen.
Ik check in bij een ander hotel, dat veel comfortabeler is, maar niet zo mooi gelegen aan zee. Een prachtige nieuwe bungalow met een luxe badkamer en warme douche. Alles werkt. Goede verlichting en heel schoon. Een heerlijk opgemaakt bed met een goede nieuwe matras. De Madagassische eigenaar en zijn vrouw hebben 25 jaar in Parijs gewoond en gewerkt. Op een hectare grond langs de rivieroever hebben ze een gebouw gezet voor feesten en partijen, met een hele grote keuken en een 14 bungalows. Alles is nieuw en perfect geconstrueerd met dure materialen en afwerking. Gemanicuurde tuinen en honderden sierplanten in bakken.Het kost twintig euro per nacht inclusief ontbijt. Ik ben wel even toe aan wat luxe.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley