Dertig uur reizen naar het noorden.
Door: Fred
Blijf op de hoogte en volg Fred
02 December 2025 | Madagascar, Antananarivo
Wat een avontuurlijk land
Om half drie gaat mijn wekker af en om drie uur loop ik met twee tassennaar de weg voor het hotel. Ja, daar komt de Tuk tuk aanrijden. Het is niet ver naar de haven, maar ik ga toch liever met de scootertaxi dan dat ik met mijn bagage in het donker moet gaan lopen. De Tuk Tuk was besteld door een receptioniste van Melissa. We rijden meteen naar de boot. Ik ben een van de eersten, maar een halfuur later stappen er toch wel 30 mensen aan boord. De bagage van de passagiers en de vracht is dan ook al aan boord gedragen door een vijftal heel hard werkende porters. De boot is ca 35 meter lang en 6 meter breed. De krachtige motor start vlot en om kwart voor vier varen we de haven uit en de zee op. Richting het westen, naar het vaste land van Madagaskar.
Om vijf uur wordt het licht. We varen naar een riviermonding. Er ligt een zandbank voor en de boot stuurt er omheen totdat ie bij een gedeelte komt waar net voldoende water staat om er overheen te gaan. Ik voel hoe de kiel door het zand sleept. Dan varen we op de rivier. Langs de oever lopen mensen en er liggen piroques en iets verder staan ook huizen. We meren af langszij een andere boot van Melissa-expres die al aan een houten steiger ligt. De passagiers stappen aan wal en de porters gaan weer heel hard aan de slag om de bagage van de boot af te halen. Als mijn bagage arriveert staat er al weer een andere porter klaar om het verder te brengen. Aan mijn rolkoffer heb ik niks want hier is alleen zand en houten steigers. We lopen het dorpje in. Daar is wel een geplaveide straat. Er staan een paar lokale bussen en minibussen. De bus van Melissa staat vooraan. De bagage wordt op het dak van de bus gehesen en onder een afdekzeil vastgesjord.
Deze expressbus rijdt in een keer naar de grote havenstad Tamatave. Dat is wel 7 uur rijden. Maar ik ga niet verder mee dan Foulpointe. Dat is 4 uur rijden. Dus mijn bagage gaat niet op het dak maar achterin de bus, waar ook een bagagebak is. Ik koop intussen nog een paar cakejes en twee kuipjes yogurt erbij. Gisteren had ik al een flesje citroenlimonade en een stuk bananencake en een reep Madagasische chocolade gekocht. Dat was mijn ontbijt toen ik wakker werd.
De bus vertrekt en we rijden door een prachtig landschap. Ik heb veel tijd om te kijken wantde weg is zo slecht dat we misschien een gemiddelde snelheid van 30 kilometer per uur halen. Overal zitten er grote gaten in het asfalt en diepe kuilen. Hier hoeven ze geen verkeersdrempels te maken! Toch wordt de weg op een paar plekken “verbeterd”, maar daar duurt het oponthoud pas echt lang want er is geen alternatieve route en de het verkeer moet steeds wachten om de machines de gelegenheid te geven een kwartiertje te werken. Als je in Madagascar haast heb ben je het beste af met een scooter of motorfiets. Maar als je veel wil zien moet je gaan lopen.
Langs de weg liggen kleine dorpjes met net zulke simpele huisjes van palmblad als ik eerder beschreven heb. Maar wat een natuur! Enorme vruchtbomen, knalgroene rijstakkertjes, grote kokospalmen, uitzichten op zee en het prachtige strand. De lecheebomen zijn nu rijp. Het zijn hele grote bomen, tot wel 40 meter hoog, de duizenden rode leeches hangen in trossen.
Ik zie diverse keren vissers met een ringnet vanaf het strand vissen. Er zijn scholen sardines die belaagd worden door grotere roofvissen. De roofvissen drijven de sardines naar het ondiepe water van het strand zodat ze niet verder kunnen vluchten. Door al die jagende en vluchtende vissen komt het water in hevige beroering. Zeevogels zien dat en storten zich vanuit de lucht op de sardines. Als de vissers dat zien hollen ze het strand op en ze gaan met een bootje een heel lang net achter de school vissen om trekken.Als het net is rond gevaren zit de hele school vis, groot en klein gevangen.
Dan wordt het net langzaam aangetrokken door de vissers die op het strand aan de beide uiteinden trekken. Dat is zwaar werk. Aan iedere kant van het net staan wel vijf man te trekken.
In het begin hebben de vissen nog niks in de gaten want de roofvissen zijn op jacht en de kleine visjes zijn op de vlucht voor de roofvissen.
Vanuit de bus zie ik twee keer een flink aantal grote vissen op een stapel liggen. Ik zie een stapel van minstens 25 vissen van 80 centimeter tot een meter lang. Daarna nog een stapel van naar schatting 50 vissen van ca 60 centimeter lang. Er gaat een geroezemoes van opwinding door de mensen in de bus als ze zoveel vis bij elkaar zien. Ik zie op andere plaatsen op het strand ook nog vissers bezig met het uitvaren of het binnentrekken van zo’n net, dus er zit nog veel meer vis “op de kust”.
Om 11 uur rijdt de bus Foulpointe binnen. Het is een klein stadje met nog een paar geasfalteerde straten. Bij een zandweg stopt de bus en stap ik uit. Er wordt een fietsricksha aangeroepen en daar stap ik in. De ricksha loopt een paar keer vast in het zand en dan moet ik uitstappen en meelopen totdat we hem weer op hard zand hebben getrokken.
Dan rijden we een landengte of zandbank op waar twee schepen van Melissa aangemeerd liggen. De passagiersboot en ook een ferry waar auto’s en ook grotere voertuigen op kunnen. Er liggen ook twee schepen op de oever. Eentje ligt nog op opblaasbare rolkussens waarmee hij in het water gelaten wordt. Hij zit met een sterk touw vast aan een vrachtwagen.
De MelissaExpress is een flink groot schip. Ik denk minstens 50 meter lang en 12 meter breed. Er is een ruwhouten loopbrug gemaakt om aan boord te kunnen zonder door het water te waden. Maar het is pas 11 uur en ze is gepland om 16:00 te vertrekken. Er zijn een paar banboestalletjes waar je wat kunt eten en drinken. In een ervan zit de ticketmaster van Melissa. Mijn bagage wordt gelabeld en aan boord gebracht.
Ik vraag waar ze het lekkerste koken en dat blijkt, geheel toevallig, het restaurantje te zijn waar we zitten. Wat kunt u maken? Als eerste noemt ze kip in saus met rijst dus dan bestel ik dat. Het is inderdaad heel lekker. Met Madagassische stevige rijst. Een fles koud bier erbij kan ik nu wel doen. Ik moet nog minstens vijf uur wachten. Er staat wel veel wind. Ik hoop dat de boottocht veilig zal zijn. Ze zeggen dat het minstens 16 uur varen is. Aankomst morgen in de loop van de ochtend.
Er komen een paar vrachtwagens die goederen brengen voor de boot. Dan ook minibusjes enparticuliere auto’s die passagiers brengen. Uit een bestelbusje worden zes grote bloemstukken gehaald en naar de boot gebracht. Dan komt er nog een grote charterbus aanrijden met wel vijftig passagiers. Om half vijf beginnen ze de nummers af te roepen die ze op de tickets hadden geschreven. Ik heb nummer 119. Ik denk dat er zo’n 200 mensen aan boord gaan.
Er staan stoelen in dubbele rijen van vier. Op het bovendek liggen ook nog een aantal slaapmatten. Ik denk dat er voor 350 passagiers plaats is.
Om half zes gaan we echt varen. De wind is dan al iets afgenomen. Maar de golven zijn nog wel behoorlijk. De boot vaart er recht tegenin. Het water slaat aanbeide kanten omhoog maar op een enkele keer na blijven de gangboorden droog. Het is nu helemaal donker en we varen dus in Noordoostelijke richting, tegen de wind in. Rond middernacht voel ik nog nauwelijks golven. Dat betekent dat we in de luwte van Ile Saint Marie gekomen zijn. Rond half vier krijgen we opnieuw golven, dus we zijn Ile Saint Marie gepasseerd. Het duurt maar een uur en dan varen we opnieuw rustig water in, het schiereiland van Masoala beschermt ons tegen de wind en de golven van de Indische oceaan.
Het wordt weer licht. Ik kan nog nergens land zien. Deze Golf D’Antongill is heel groot. Als ik eindelijk een contour van land links en rechts zie denk ik dat de Golf hier wel 100 kilometer breed moet zijn. Vooruitkijkend zie ik nog steeds niets. Dan zie ik voor het eerst in mijn leven vliegende vissen. Ze spingen echt uit het water en met hun lange borstvinnen vliegen ze ervandoor. Sommigen vliegen wel honderd meter of meer voordat ze weer in het water duiken. Sommigen blijven met de punt van hun staart het water raken en veroorzaken dan een spoor van kleine waterkringen. Maar ze kunnen ook helemaal los komen van het water en wel een halve meter hoog vliegen. Om tien uur passeren we een paar kleine eilandjes. Dat is een beschermd natuurgebied. Ik zie ongerept oerbos op een berg van rotsen. Een meneer vertelt dat er niet gekapt en niks geplant of geoogst mag worden. We passeren de eilandjes en we komen dichter bij de oever van het vaste land. Het blijkt dat we een rivier moeten opvaren maar er ligt een zandbank voor. De boot keert en met de motoren in achteruit graven de schroeven zich een weg door de zanderige bodem. Het gaat heet traag maar we krijgen hulp van golven die op de zandbank beuken. Ze tillen het schip steeds iets op en zo ploegen we ons een weg over de ondieptes. Na ca een half uur lijkt het of we weer iets meer water onder de kiel hebben. De boot keert weer en vaart dan richting de mond van de rivier. Hij loopt nog een paar keer vast. Als er wel voldoende water staat vaart ie met veel snelheid om zich zo een sleuf te kunnen boren door de ondieptes.
Ik heb nog nooit zo gevaren. Het doet me denken aan een ijsbreker. Een mevrouw met haar dochter die wat engels spreekt, vertelt dat ze de stad hebben verplaatst omdat de oude riviermond helemaal dichtgeslibd was. Daarom varen we nu over deze rivier naar binnen. Maar ook hier gaat het nog maar net.
Ook op de rivier loopt de boot nog diverse keren aan de grond en hij moet veel gas geven om zich een weg te kunnen boren door de zanderige bodem heen. De rivier wordt zo smal als een kanaal en de boot werpt grote golven op de oevers. Een familie ganzen die daar stond krijgen het even moeilijk.
En dan arriveren we bij de bootjetty. Er liggen twee barges. Dat zijn stalen duw- of trekbakken met een platte bodem en rechte wanden. Daar kun je veel in laden terwijl de diepgang maar weinig toeneemt.
Onze boot legt aan en de mensen gaan van boord. Het is drukkend warm. De porters werken verschrikkelijk hard om alle persoonlijke bagage, maar ook de talloze bundels met goederen en een aantal motorfietsen en fietsen van de boot af te halen.
Onder een golfplaten afdak is een houten plankier waarop de bagage wordt neergezet. De mensen staan eromheen en worden door een touw verhinderd dichterbij te komen. Als iemand zijn bagage herkent mag ie die meenemen naar de deur. Bij de deur zit een man die de persoonsnamen op labels vergelijkt met de namen die op zijn passagierslijst staan en met de tickets die de passagiers laten zien. Dan zie ik dat ook de bloemstukken uit de boot worden gedragen. Daarna een doodskist met een witte doek erover. Op zes sterke schouders. Er zijn wel vijftig mensen die een stoet vormen. Ik zie een paar vrouwen huilen dus dit is geen Famadihana maar een eerste begrafenis.
Het duurt heel lang voordat mijn bagage uit de boot komt. Ik was natuurlijk ook de eerste wiens bagage aan boord ging.
Vanaf hier vertrekken er ook boten naar andere bestemmingen. Ik maak gauw een foto van het uithangbord.
Ik rij met mijn bagage in een TukTuk“de stad” in. Aan weerszijden staan huizen in georganiseerde woonblokken met zijstraten en daar weer zijstraten van. Net als een woonwijk ergens anders in de wereld.Maar er zijn alleen zandwegen met kuilen en gaten. Na een half uur hobbelen en slingeren komen we uiteindelijk we bij een hoofdstraat die geasfalteerd is.
We zijn op zoek naar een geschikte accommodatie. Ik wil niet in een luxe toeristenhotel zitten, maar ergens tussen de gewone mensen. Wel rustig slapen maar toch veel te zien.
In het centrum zien we twee motels. Rijtjes bungalowtjes aan een parkeerplaats. Dan kijken we bij een tuin achter een huis. Ook daar staan rijtjes bungalows in de volle zon er is geen electriciteit. Dan rijden we door naar het strand. Er is een lokaal restaurant daar in een soort tuin van ongeveer een acre (100x40 meter). Er staan stoelen en tafels en loungezitjes. Er zijn speel- en klimrekken voor kinderen en mooie planten en bomen. Het is direct aan zee met een smal stuk strand. Ze hebben er ook drie houten huisjes. Er lopen wat kippen en parelhoenders en een hondje, er staan kokosnoot bomen. Orchideeën groeien op de bomen en er staan andere bloeiende planten. Dat lijkt me de juiste plek. De huisjes kosten vier euro per stuk. Zou ik het wel goed begrepen hebben? Ik zal wel zien. Ik neem het eerste huisje.
Er komt steeds meer wind en het wordt regenachtig. Het lijkt me dat de wind nu uit het zuidwesten komt.
Ik bestel een poisson grillee met rijst en een fles bier. Het is een flinke stekelbaars en heerlijk klaargemaakt. Even bijkomen van deze indrukwekkende reis. Drie en dertig uur onderweg en weinig geslapen. De volgende keer moet ik assertiever zijn in het claimen van minstens drie stoelen om te kunnen liggen, of ik moet tussen de families op het bovendek gaan liggen. Of zou daar het begrafenis gezelschap gelegen hebben? Ik ben wel goed een eind van de motorruimte weggebleven maar toch wordt het in zo’n stalen schip nog heel warm. Ik had een stoel aan de raamkant.
Nou ja. Ik ga douchen en schone kleren aantrekken en dan nog meer relaxen op een van de zitjes met loungestoelen. Er zijn nog drie madagasische stellen met kinderen, die hier eten en drinken en spelen. Het is zaterdag.
In de namiddag bestel ik een jus naturel. Ze brengen een hele liter voor een prijs waar ik eerder een glaasje voor kreeg. En goed gekoeld en heerlijk vers gemaakt van rijpe zoetige citroenen. Ik bestel er een bord gebakken aardappeltjes bij en dan eet en drink ik dat samen met de mensen die hier werken. Ze vinden het leuk om een praatje te komen maken en met een beetje engels en frans en een glaasje jus en wat te eten erbij gaat dat heel relaxed.
-
02 December 2025 - 09:19
Inge:
Wat een avontuur!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley