Bezoek aan de dorpsschool.
Door: Fred
Blijf op de hoogte en volg Fred
23 November 2025 | Madagascar, Antananarivo
Op bezoek bij de dorpsschool: kleuterschool en lagere school.
Na het ontbijt loop ik met de eigenaar van het restaurant naar de dorpsschool: de lagere school. Er zijn drie gebouwen. Het eerste gebouw is van hout en palmbladeren net als de meeste huizen in het dorp. Daarin zijn drie klaslokalen: eentje voor kinderen van drie jaar oud en een voor kinderen van vier jaar oud en een voor kinderen van vijf jaar oud. Er hangen tekeningen aan de wand. In het klaslokaal voor de vijf-jarigen zie ik ook een stapel schriftjes. De andere gebouwen staan iets verder en ze zijn van steen. Daarin zijn klaslokalen voor kinderen van zes tot dertien. De directrice komt aanlopen en geeft mij een rondleiding. Er zijn totaal 234 kinderen op deze school. Overal staan de houten raamluiken open. Er zijn geen glazen ramen, zoals ook nergens in de huizen in de dorpen glas in de ramen zit. Ieder klaslokaal heeft zijn eigen deur naar buiten, dus niet naar een gang. Ik moet aan mijn eigen lagere school denken, met holle ruimtes aan een gang met gesloten deuren. Ik wilde altijd naar buiten. In elk lokaal wordt lesgegeven. Ook Franse les, maar geen Engelse les . Thuis spreken de kinderen Madagassisch. Ik vertel dat overal in de wereld nu Engels als tweede taal wordt geleerd. De leraren zeggen dat ze het Engels heel moeilijk vinden en dat het pas in het voortgezet onderwijs wordt gegeven. Zouden ze niet al een beetje ermee kunnen beginnen? Jongere kinderen leren gemakkelijker en de leraar kan misschien in de avond of vroege morgen even iets voorbereiden en het zo ook zelf leren. Met een paar woordjes tegelijk. Ik hoor ook dat de salarissen van de leraren niet uitbetaald wordt. Vorige week hoorde ik dat er een staking was geweest van leraren in de hoofdstad. Of dat ook daarover ging weet ik niet.
Na onze rondgang langs de lokalen gaan we terug naar de speelplaats van de pre-school. De allerkleinsten van drie jaar oud gaan buiten spelen. Ik herken een paar kinderen die ik zondag in het dorp heb gezien. Ze gaan spelen op het schoolplein. Net als overal in het dorp is er alleen zandgrond. Ze spelen hier dus niet in een zandbak, er is alleen maar zand. De kinderen zijn aan het tekenen in het zand en ze graven en ze bouwen zandheuvels. Er is geen speelgoed, alles met handen en voeten. Door je teenslippers als een slee te gebruiken kun je ook spelen dat je met een auto rijdt. Als je de slippers met zand vult heb je een vrachtwagen. Ik zie nergens “speelgoed” zoals wij dat kennen. Maar ze zijn wel heel leuk bezig en ik zie nergens een spoor van afgunst of willen hebben of ruzie om Iets te bezitten. Ze dragen een schooluniform dat bestaat uit een wit t-shirt en een rode broek. Of gewone kleren, met een roze soort van over-hemd. Het lijkt mij dat die “ overhemden “ door de school zelf verstrekt zijn. Ik denk dat de slippers ook deel van het school uniform zijn, want in het dorp en het bos loopt iedereen op blote voeten. Er zijn drie toezichthouders of onderwijzers op deze groep van ca 20 kleintjes. Als ik foto’s maak, en die aan hen toon, ontstaat er een gejoel en gedrang om ernaar te kijken. Daar maak ik dan nog meer foto’s van.
Ik vraag me af of deze kleintjes nu op school meer leren dan thuis bij hun ouders in het dorp. Ik denk ook aan hun ouders en aan de grootouders in het dorp die hun kinderen en kleinkinderen nu niet steeds zien.
En ook dat kinderen van verschillende leeftijden in klaslokalen van elkaar worden gescheiden in plaats van dat ze elkaar zien en van elkaar leren. De kleintjes gehoorzamen wel meteen om op te houden met joelen en dringen als ik ophou met het laten zien van de foto’s.
Ik maak nog een foto met de directrice en we gaan teruglopen naar het restaurant. Langs het “schoolplein” staat een rij hele grote oude mangobomen.
Er komt een man langsfietsen met een grote mand achter op zijn fiets. Een van de leraren koopt iets van hem. Ik hoor dat hij elke dag met groenten uit Le Ville hier naartoe komt fietsen.
Ik heb het warm gekregen in de volle zon en ik ga douchen. Dan is de lunch klaargemaakt. Het is octopus. De eerste keer dat ik dat eet. Omdat het zulke intelligente dieren zijn heb ik wat moeite met octopus te bestellen, maar nu wordt het voor mij neergezet en het is heerlijk. Mijn kamer is ook keurig schoongemaakt en met nieuw beddengoed. De lichtgroene lakens en kussenslopen hebben borduursels.
Na de middag wordt ik met een piroque nog een keer naar het strand gevaren. Er staat een straffe tegenwind en de piroque-man moet krachtig peddelen. Het lijkt mij heel zwaar, maar hij zegt dat het “pas grave” is.Hij doet dit elke dag. Ik ben best sterk maar dit zou ik toch niet kunnen. Hij zit achterop de punt van de piroque en peddelt met hele krachtige bewegingen. Er is geen roer dus om rechtuit te blijven varen wisselt hij slagen aan de linkerkant van de boot af met slagen aan de rechterkant. Ik ga op de bodem van de boot zitten om het iets gemakkelijker te maken: minder windvang. Deze piroque is best groot. Wel vijf meter lang en 90 centimeter breed. Hij is uit een enkele stam rood hardhout gehakt. De wand is niet dikker dan 2,5 centimeter. Er zitten wat spanten in die uit kromme takken zijn gehakt en er zijn vijf bankjes die ook de wanden uit elkaar houden. Er kunnen totaal wel acht passagiers tegelijk in. Zes mensen kunnen twee aan twee naast elkaar op drie bankjes zitten en nog een in de voorpunt en een achterin. De peddelaar zelf zit achterop. Als we aan de overkant zijn spreek ik af dat hij mij om vier uur weer komt ophalen.
Er staat veel wind op het strand. Ik ga een eind lopen in zuidelijke richting tot ik niet verder kan. Onderweg kom ik langs een grote witte bungalow. Hij staat net achter de eerste bomenrij op een verhoging met een stenen trap naar het strand. Ik zie er geen mensen.
Dan loop ik terug. In het midden van de ronding in de baai is iets meer beschutting tegen de noordoosten wind en het rif loopt er iets dichter langs de kust waardoor er minder hoge golven zijn. Ik ga even zwemmen en genieten van de wijdse stilte.Er is helemaal niemand. Om kwart voor vier begin ik terug te lopen en dan komt de piroque-man mij al tegemoet lopen. We varen het riviertje op dat door de mangroven slingert. Ik zie nu ook een zijriviertje en hij vertelt dat er een heel netwerk van zulke riviertjes is. Ze zijn helemaal natuurlijk ontstaan en het zijn geen uitgehakte kanalen. Het water is nog licht zout. Er zit veel vis en krabben. Ik maak weer een heleboel fotos.
Als we bij het restaurant terugkomen geef ik hem een extra tip en hij loopt meteen door naar zijn huis in het dorp. Zijn werkdag zit erop. Ik wacht tot het donker is en dan bestel ik een fles bier. Er wordt weer een Crabe Farcigeserveerd en het is heerlijk.
Dan ga ik douchen om het zout af te spoelen en naar bed. Ik val heel snel in slaap na zo’n bijzondere dag. Even na twaalf uur wordt ik wakker en dan schrijf ik dit verhaal. Het is nu half drie. Ik ga nog even een paar uur slapenwant om vijf uur wordt het alweer licht.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley