Een reis vol avonturen
Door: Fred
Blijf op de hoogte en volg Fred
26 Januari 2025 | Zuid-Afrika, Hoedspruit
Vanmorgen om 7:00 krijg ik een SMS van de busmaatschappij dat mijn bus over een uur vertrekt. Ik schrik me dood. Ik dacht dat ze gezegd hadden dat het een nachtbus zou zijn. Heb ik het verkeerd begrepen? Ik kijk op mijn ticket. Vertrek om 8:00 matin staat er op. Ik spring mijn bed uit en begin heel snel te pakken. Dan naar de receptie. Twee jonge vrouwen werken geconcentreerd samen om mijn rekening van accommodatie en het restaurant bij elkaar te zoeken en op te tellen. Ik haal vast het geld te voorschijn op basis van mijn snelle schatting. Een derde vrouw wordt uitgestuurd om een taxi te roepen. Om 7:35 stap ik in de taxi. Het gaat hellingafwaards. In minder dan tien minuten staan we voor het busstation. Bij het loket van het busstation is het leeg. Ben ik te laat ? Nee. Ze labelen mijn bagage en zeggen “ tot vanavond”
Ik laat de ticket en de SMS zien. Ja, maar dat is het tijdstip waarop deze bus uit de hoofdstad vertrekt, vanaf hier vertrekt ie om 20:00 vanavond. Nou daar sta ik dan.Ik wil met hangende pootjes terug naar het hotel en douchen. U kunt de rolkoffer wel hier laten”. Maar dat wil ik niet. Ik heb mijn schone kleren nodig.
Ik neem een taxi terug naar het hotel. Het is een rit naar boven en hij vraagt de helft meer dan de vorige taxi. Hij vraagt 2 Euro. Ik ga accoordwant dat had ik de vorige ook gegeven als tip. Dan stap ik in in de oude Renault Clio. Hij moet eerst even langs het tankstation dat een paar honderd meter verderop is. Ik geef hem alvast het geld en dat is precies wat hij aan de brandstof besteed. De pompbediende tankt precies 10.000 Ariari die ik net gegeven heb. Het is 2 Euro. De chauffeur krijgt er 1,75 liter voor. Dan gaan we naar het hotel. De chauffeur is erg tevreden en helpt mij met mijn bagage. In het hotel wil iedereen mijn verhaal graag horen dus ik moet het drie keer vertellen in mijn gebroken frans.
Ik kan nog terug in hetzelfde huisje en ik ga nu even op het terras zitten om een ontbijt te bestellen en mijn verhaal in het Nederlands op te schrijven. Ik bestel een Malagasi ontbijt met vruchtensap. Het koken van de rijstsoep kost wel wat tijd maar dan kunnen ze intussen een van de jonge mannen uitsturen om wat fruit te kopen op de hoek van de straat. Lekker, ananassap. Heh. Wat zit ik hier lekker in de ochtendzon. Even bijkomen van mijn dommigheid.
S’avonds ga ik weer naar het busstation, met de auto van het hotel. De bus zou vanaf 20:00 vertrekken, maar hij is nog niet gearriveerd. Uiteindelijk vertrekken we om 22:30. Ik ben de enige die hier instapt. De andere passagiers hebben al een rit van bijna 14 uur erop zitten vanuit de hoofdstad Antananarivo. De reis die we voor de boeg hebben zal nog minstens 12 uur duren.
Ik zit schuin achter de chauffeur in het midden en daardoor heb ik goed uitzicht op de weg voor ons. De hele weg is slingerend als een bergweg. Het voert door bossen en velden en rotslandschap en hoogland dat er meer als een savanne uitziet, met alleen lage struiken en hoge grassen. We rijden door slaperige dorpjes en langs lage rijen grote vrachtwagens die stilstaan en waarin de chauffeurs liggen te slapen. Er is bijna geen ander verkeer. We maken af en toe een stop voor een plaspauze in de berm. De dames verdwijnen achter struiken. Als het licht begint te worden kan ik wat verder weg kijken over de open vlaktes van het hoogland. Dan gaan we langzaamaan steeds verder naar beneden naar de kust. Het wordt ook warmer en ik kan mijn donsjack weer uitdoen. De weg is onbeschrijfelijk slecht. De chauffeur is een hele sterke vent en dat deed me al vermoeden dat de weg heel slecht zou zijn. De bus kruipt van links naar rechts over de weg en ook hele stukken met twee wielen in de berm links of de berm rechts.Zo probeert hij om de diepste en grootste potholes te omzeilen. De chauffeur moet iedere halve minuut in een andere versnelling om af te remmen of weer op te trekken. Het is keihard werken. De weg is 512 kilometer en hij rijdt er uiteindelijk 13 uur over. De laatste 135 kilometer is het allerslechtste. Hij doet daar 5,5 uur over. Ik hoor een gevaarlijk hard geluid aan de linker voorkant. Het hoor het steeds vaker, ook als ie van versnelling wisselt. Ik hoop dat deze bus het nog net zal halen. Mercedes Sprinters zijn niet echt gebouwd als offroad vehikels !
Alswe na 13 uur de stad inrijden is er een enorme wolkbreuk geweest. Het hele centrum staat onder water. Alleen de fiets-rikshas rijden nog door de plassen. Het water komt tot aan hun trappers. Maar nu kan niemand de talloze potholes zien en ook de bus maakt nog een paar flinke smakken al rijdt ie stapvoets. Wat ben ik blij dat we het eindelijk gehaald hebben. Ik vraag de chauffeur wat de oorzaak van het geluid kan zijn. “De motorophanging” zegt ie.
Ik ga in het station heel langzaam van een ontbijt genieten.
Daarna neem ik nogmaals contact op met het hotel waar ik gereserveerd heb. Opnieuw geen reactie. Een riksja man is nogal opdringerig maar uiteindelijk besluit ik toch met hem naar het hotel te gaan. Dat was een foute beslissing. Eerst rijdt hij een rondje en daarna nog een ander rondje en dan brengt hij mij naar een ander hotel en beweert dat dat is wat ik op de IPhone heb laten zien. Als ik boos op hem wordt rijdt hij mij naar de geboekte accommodatie. Het zou een hele etage zijn in een vrijstaand huis. Maar de staten zijn ongeplaveid en verandert in een modderzooi. Het terrein zelf lijkt op een bouwput en de etage blijkt ook bezet te zijn. Ze bieden mij iets anders aan maar ik vertrouw de hele zooi niet en daar ik wil hier in geen geval blijven.
Ik heb de riksja al betaald maar in deze omgeving zie ik ook geen andere riksja’s en alles staat onder water. Dus ga ik opnieuw in dezelfde riksja in en kies het hotel Chez Alain. Ik bied hem een bedrag en hij gaat akkoord. Nu rijdt hij wel in een richting. Gelukkig dat ik Chez Alain heb gekozen. Het is een prachtig aangelegde tuin met bungalowtjes. Het is niet druk en ik krijg een nieuwe bungalow. Alles prima. Er is zelfs een zwembad. Het kost net geen 20 euro per nacht.
De riksja-fietser probeert zijn laatste truc. Hij had voor de eerste rit geen 5000 gezegd maar 50.000. Ik had hem al 10.000 voor de eerste en 20.000 voor de tweede rit gegeven. Nee, zegt hij tegen de receptie, ik heb hem nog niks betaald voor de eerste rit. Ik zeg dat dit zijn vierde leugen is en dat ik naar de politie ga als ie niet snel opdondert. Gelukkig gelooft de receptie mij wel en ik loop het hotel in. Andere riksja ritten laat ik boeken door de hotelreceptie.
De volgende morgen ga ik met een riksja naar de haven. De lange pier voor de beroepsvrachtvaart mag ik niet op. Dan maar terug naar de afvaart van de vissersboten. Er liggen daar twee houten Dow’s en een aantal kleinere outrigger Piroques. Het is laag water en ze liggen misschien wel een kilometer van de kust. De regen heeft een modderzooi gemaakt van de parkeerplaats voor ossenkarren. Met die ossenkarren worden mensen en vracht naar de boten gebracht of aan land gehaald. Ik hoor dat er een ferrydienst is naar een dorpje met strandhotels aan de andere kant van de baai. Er zijn twee snelle moderne speedboten.
Ik wil die ondergelopen stad wel snel verlaten. Straks breekt er nog cholera uit. Het hotel kan telefonisch boeken. Ik praat met twee Duitsers die daar net daarvandaan gekomen zijn en volg hun adviezen. Ik laat bellen naar een hotel aan het strand dat direct naast een vissersdorpje ligt. De eigenaar is een Italiaan en het eten en de ambiance zou uitstekend zijn.Het begint opnieuw te regenen maar door de bewolking is het ook aangenaam koel. Ik praat met een Belg die iets jonger is en zijn vrouw verloren heeft. Hij is via Facebook in contact gekomen met een vrouw uit deze stad en nu na een paar maanden is ie dol verliefd geworden. Hij wil deze maand nog trouwen. Ik probeer hem voorzichtig wat geduld aan te praten, maar ik denk niet dat het veel effect heeft.
De volgende morgen regent het nog steeds maar de open speedboot zal toch vertrekken. .
Na het ontbijt ga ik met een riksja naar het kantoortje aan de vissershaven. In de verte liggen twee grote speedboten en er komen vijf ossenkarren met passagiers en bagage van die boten af naar de kant lopen. De ossen staan op het diepste punt tot over de helft van hun lijf in zee. Ze worden even uitgespannen en krijgen te eten. Het blijft regenen. Ik doe mijn jack aan en haal mijn paraplu tevoorschijn. Er zijn nog vier dames uit Portugal en een jonge vrouw uit Italië. Zij werkt een jaar als vrijwilliger in het ziekenhuisje van het vissersdorp waar we naar toe gaan.
Dan worden de ossen opnieuw ingespannen en stappen we in de houten bak van de ossenkarren.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley